Wat versta ik hier onder radio’s?

Onder dit menu vindt U radio’s, verdeeld over verschillende submenu’s. Een radio wordt hier gedefinieerd als een toestel, voornamelijk bedoeld voor de “ontvangst van omroepstations in de privé sfeer”. Enkele belangrijke eigenschappen en afkortingen worden hierna uitgelegd.
De radio’s uit het tijdperk tussen pakweg 1920 en 1960 waren ingericht voor de ontvangst van de Lange-, Midden- en vaak ook Kortegolf. De golflengte werd aangegeven in “meters”, later en tegenwoordig in “MegaHertz (MHz) of (kiloHertz) (kHz). De Langegolf (LG) loopt van 760 tot 2000m (400 - 150 kHz), de Middengolf (MG) van 180 tot 580m (1610 - 520 kHz), de Kortegolf (KG) globaal van 16 tot 50m (18 - 5,9 MHz)
Hierop zijn afwijkingen mogelijk, maar de afkortingen LG, MG en KG in de toestelbeschrijvingen dekken deze definities. Afwijkingen worden per toestel vermeld.
Voor de signaaloverdracht werd (en wordt) AM (Amplitudemodulatie) gebruikt. Vanaf circa 1950 kwam FM (Frequentiemodulatie) in gebruik, wat in het algemeen een betere geluidskwaliteit geeft. Hiervoor wordt de “FM-band” gebruikt, golflengte circa 3 meter, frequenties tussen 87,5 en 100 MHz (later uitgebreid tot 102, 104 en tenslotte 108 MHz). Op Duitse radio's staat dit aangegeven als "UKW" (Ultra Kurz Welle)

Vandaag de dag is de netspanning (circa) 240 Volt 50Hz wisselspanning, in heel Europa. Tot aan de jaren vijftig was er een veelheid aan lokale elektriciteitsnetten waar 110V , 125V, 150V, 200V, 220V en 245 Volt, zowel gelijk- als wisselspanning werd aangeboden. Vandaar dat oudere radio’s geschikt moesten zijn voor een veelheid aan netspanningen. Op de achterkant bevond zich meestal een “spanningscarroussel” waarmee de juiste spanning moest worden ingesteld. Een “U-radio” (van Universeel) was geschikt voor zowel gelijk- als wisselspanning.

Er zijn twee typen radio’s: “rechtuit” ontvangers en “super” ontvangers. Ruwweg gezegd, bij een rechtuit ontvanger wordt de ontvangen frequentie na versterking en detectie direct in geluid omgezet, bij een super ontvanger worden alle ontvangen frequenties in de z.g.n. mengbuis eerst omgezet in een vaste frequentie, middenfrequentie (m.f.) genaamd. Dit heeft grote voordelen waarop hier niet nader wordt ingegaan. De meest gangbare middenfrequenties zijn rond de 135 en 450 kHz voor AM en 10,7 MHz voor FM. De eerste radio’s waren rechtuit ontvangers, rond de jaren dertig opgevolgd door de technisch betere super ontvanger.

Schema’s en documentatie van radio’s kunt u ook vinden op de website van de NVHR (Nederlandse Vereniging voor de Historie van de Radio).: www.nvhr.nl
Ik raad U aan lid te worden van deze vereniging indien U Uw radiokennis wilt uitbreiden.
Om op de hoogte te blijven van wat anderen met radio doen en waar veel leerzame zaken te vinden zijn, raad ik het “Nederlands Forum over Oude Radio’s” aan : www.nfor.nl. Kijk daar ook eens bij "tips en trucs".

Mijn collectie omvat circa 100 radio's: die allemaal te "publiceren" zal even duren....

  • Radio's kunnen ook mooi zijn, juist daarom heb ik bewust gekozen voor duidelijke foto's. Die zijn bovendien (vaak) uit te vergroten door met de cursor over de foto te bewegen.
  • Als hulp bij het repareren/restaureren van oude radio's ben ik begonnen aan een  "Radio Restauratie Gids" (klik op het woord)
  • De hier beschreven reparaties en restauraties beslaan een tijdvak van ongeveer twintig jaar. Er zit daarom een ontwikkeling in: de vastlegging was aanvankelijk minder nauwkeurig en de gebruikte methoden en inzichten hebben zich in die twintig jaar ook verder ontwikkeld. Daarom zijn de beschrijvingen niet altijd even consistent en uitgebreid. Sommige toestellen zou ik vandaag de dag heel anders behandelen..
  • Wat betreft de foto's, sommige fotoseries zijn wat beknopter dan andere.  Zodra een toestel om de een of andere reden gedemonteerd moet worden, worden aanvullende foto's gemaakt.