De Mebo II in volle zee

Bereik Radio Nordsee uit de brochure. De buitenste rode cirkel is wel erg optimistisch, de binnenste te pessimistisch. het bereik is overigens nooit cirkelvormig..

 

De heren Meister en Bollier, eigenaren van de Mebo II

 

Advertentie Radio Noordzee 1971

QSL kaart van RNI. 1971 Deze ontving ik nadat ik de derde harmonische van de MG zender had gerapporteerd.

Het jaar 1969 was een rustig jaar op de Noordzee. Alle Engelse zeezenders op Radio Caroline na waren in 1967 gestopt, maar de beide schepen van Radio Caroline lagen sinds 1968 in de haven van Zaandam. Alleen Radio Veronica was onverstoorbaar en haast vanzelfsprekend in de lucht.

Het zou anders worden, want achter de schermen was op zeezender gebied wel degelijk activiteit. In het najaar van 1969 waren er steeds meer geruchten over een nieuwe zeezender. Nu waren die er wel vaker maar ditmaal leken ze serieus. Een tweetal Zwitserse zakenlieden, Erwin Meister en Edwin Bollier, hadden plannen voor een zeezender en raakten betrokken bij een project om hiervoor de “MV Galaxy”, het voormalige zendschip van “Radio London” te gaan gebruiken. Dat schip lag in Hamburg, maar het project strandde omdat de Duitse regering in 1968 nieuwe wetgeving tegen zeezenders invoerde en de “Galaxy” toch minder zeewaardig leek dan gedacht.

Daarna pakken de beide heren de zaak groot aan. Ze beschikken over technische ervaring en over geld, verdiend aan het verkopen van allerlei radio technische- en communicatie apparatuur en zien het project ook als hobby. Er werd besloten zelf een zendschip uit te gaan rusten en wel vanuit Nederland. Er wordt in het voorjaar van 1969 een Noorse kustvaarder, de” Bjarkoy”, gekocht. Tijdens de ombouw tot zendschip blijkt het te klein te zijn. Er wordt een ander schip gezocht en gevonden: de kustvaarder “Silvretta” van 570 ton, in 1948 gebouwd op de werf van De Groot & van Vliet in Slikkerveer. Het schip was 60 meter lang en 9 meter breed en daarmee relatief groot.

Op dezelfde werf wordt het schip in 1969 verbouwd tot zendschip: een “drijvend radiopaleis” waar voor 4 miljoen Zwitserse francs in wordt geïnvesteerd. Noch op de technische uitrusting, noch op de accommodatie wordt bezuinigd. Het eerste schip wordt omgebouwd als bevoorradingsschip (waarvoor het al snel te groot en onpraktisch bleek te zijn) . Dit krijgt de naam “Mebo I”, het zendschip de naam “Mebo II”. De “Mebo II” wordt een opvallend schip: het kleurenpatroon op de romp werd wel eens “een explosie in een verffabriek” genoemd.

De beide heren verwachten de investering er binnen korte tijd weer uit hebben. Op 22 januari 1970 vertrekt het schip naar zee, na door de Radio Controle Dienst te zijn bezocht die geen werkende zenders in de zin van de wet had aangetroffen en ook de douane had geen problemen het onder Panamese vlag varend schip door te laten. Daarna gaat het schip voor anker voor de kust van Noordwijk, en wordt begonnen met het in de lucht brengen van de zenders.

Ook dat wordt groot aangepakt, aan boord bevinden zich:

  • Een 105 kWatt middengolfzender, merk RCA, systeem “Ampliphase”
  • Twee 10 kWatt kortegolfzenders, een van “Brown Boveri” en een van RCA
  • Een FM zender van 1 kWatt, merk “Rhode & Schwarz”
  • Om dat zenderpark van stroom te voorzien: 2 generatoren van 250 kVa elk.

Voor de middengolfzender is een golflengte van 186 meter ofwel 1610 kHz gekozen, voor de korte golf 6210 en 9835 kHz, voor de FM 100 MHz. De keuze van 1610 kHz bleek later een zeer ongelukkige.

Het valt allemaal wat tegen, door slecht weer en zeeziekte: de meeste technici waren “landrotten” maar op 28 februari is het dan zo ver: de eerste officiële uitzending. De programma’s waren in het Duits en Engels, van ’s morgens 6 uur tot middernacht, later tot 2 uur ’s nachts. Lag het schip aanvankelijk voor Scheveningen, eind maart werd positie gekozen voor de Engelse kust, bij Clacton at Sea.

Hoewel de ontvangst goed was, stonden de adverteerders niet direct is de rij. Wat wel gebeurde dat er een regen van klachten kwam van zowel Nederlandse en Britse instanties over het storen van het maritieme radio verkeer. Zo werd de Vlissingse loodsdienst enige tijd vrijwel compleet uit de lucht geblazen...

De gekozen frequentie van 1610 kHz (genoemd werd 1605 kHz) ligt buiten de middengolf omroepband en vraagt dus om problemen. Op 27 maart gaat de zender uit de lucht. Wat volgt is een lange zoektocht naar een vrij plekje op de - toen - overvolle middengolf. Die zou uiteindelijk in augustus eindigen op 1367 kHz, 220 m.

Een overzicht: eerst naar 190 m, 1578 kHz. Klachten uit Italië en Noorwegen, die op deze golflengte met een aantal relatief zwakke zenders werken. Daarna naar 217 m, 1385 kHz. Op deze golflengte zit ook Radio Moskou waarvan RNI op zijn beurt veel storing ondervindt. Dan naar 244 m, 1232 kHz, een riskante keuze: klachten vanuit Tsjecho-Slowakije. Ook is vlakbij de frequentie van de Hilversum III op 1250 kHz, 240 m. en BBC Radio 1 op 1214 kHz, 247 m. wat door de sterke zender tot storing leidt.

De Britten besluiten de middengolf uitzendingen van RNI te gaan storen met een zeer irritante interferentietoon. Dat leidt tot felle protesten van Britse luisteraars, die na het verdwijnen van de laatste Britse zeezender in 1968 eindelijk weer eens ergens naar konden luisteren. Er volgde een wekenlang “kat-en-muis” spel waarbij RNI telkens een paar kHz opschoof en de stoorzender korte tijd later volgde.

De toen regerende Britse Labourparty had verkiezingen gepland op 18 juni. Voor het eerst mochten 18-jarigen meedoen. Omdat de Labourparty een sterk anti-zeezender imago had speelde RNI daarop handig in, zeker toen de naam veranderd werd in “Radio Caroline”, en trachtte de uitslag van de verkiezingen te beïnvloeden. Dat kon de Britse overheid niet over zijn kant laten gaan en dus werd de kracht van de stoorzenders opgevoerd.

Uiteindelijk keerde de Mebo II op 23 juli weer terug naar de Nederlandse kust en hervatte haar uitzendingen. De stoorzender bleef zwijgen. Er werd - niet ten onrechte - geklaagd over storing op Hilversum 3 en RNI veranderde van golflengte naar 220 m, 1367 kHz.

Kees Manders, een niet onomstreden figuur, kondigde op 12 augustus aan dat hij commercieel directeur van RNI was geworden om een Nederlands programma op te zetten. Dat werd ontkend, en Meister en Bollier, in verlegenheid gebracht omdat dit te vroeg was uitgelekt, verbraken alle banden met Manders. Deze liet het er niet bij zitten, huurde een sleepboot en trachtte het schip te kapen. Dat werd live uitgezonden door RNI, zodat heel Nederland en half Engeland mee kon genieten. Saignant detail: de sleepboot was van de “Heerema Engeneering Service”, die naar verluid nog een vordering van 500.000 gulden op de heren Meister en Bollier had openstaan, ook Kees Manders beweerde nog geld van de Zwitsers te krijgen.

Uiteindelijk kwam er een fregat van de Nederlandse Marine bij aan te pas en was de rel over.

Alle publiciteit rond RNI - storingen, een sterke zender, een kaping - worden door de eigenaren van Radio Veronica met toenemende bezorgdheid en kromme tenen gevolgd. Door alle onrust nam de druk op de Nederlandse regering toe om het Verdrag van Straatsburg te ratificeren, anders gezegd: anti-zeezender wetgeving in te voeren. Dat zou ook Radio Veronica treffen, dat altijd zorgvuldig “onder de radar” probeerde te blijven - geen sterke zender, geen opspraak - en daarom veel vrienden in politiek Nederland had.

De directie van Veronica, de gebroeders Verwey, besluiten in te grijpen en betalen naar verluid 1.000.000 gulden om de zender het zwijgen op te leggen en controle over het schip te krijgen. Andere bronnen melden dat Veronica de beide Zwitsers 1.000.000 gulden hadden geleend om uit te blijven zenden voor de Engelse kust maar dat was vanwege de stoorzenders mislukt. Er werd een kennelijk zeer vaag contact contract tussen beide partijen afgesloten, wat later tot grote problemen zou leiden...

In ieder geval zou de zender in de maanden oktober en november moeten zwijgen om wat rust in de ether te krijgen. Op 24 september 1970 worden de uitzendingen gestaakt. Een bemanning in dienst van de Veronica-organisatie kwam aan boord en nam de Mebo II over. Het schip bleef liggen waar het lag. Geruchten over een verkoop aan een land in Afrika deden de ronde, evenals verhalen dat de zender spoedig weer in de lucht zou komen.

Dat gebeurde later ook, maar niet op een “nette” manier. Op 5 januari 1971 wordt de kapitein van de Mebo II onder valse voorwendselen van boord gelokt en nam Edwin Bollier de controle over het schip over. De beide Zwitsers die zich eind november bij Veronica hadden gemeld - met een koffertje waarin 1.000.000 aan Marken - om hun schulden af te betalen en de controle over het schip terug te krijgen vingen bot omdat Veronica van mening was dat het contract hiervoor geen ruimte bood. De beide Zwitsers dachten daar ander over en “kaapten” daarom in januari het schip.

De “Mebo II” lichtte het anker en vertrok naar de Belgische kust waar ze om onduidelijke redenen een tijd bleef liggen waarna ze weer naar Scheveningen terugkeerde. De naam “Radio Marina” werd genoemd maar dat bleek (een van de vele) valse geruchten te zijn. Het gaf wel duidelijk aan dat de Zwitsers serieus op zoek waren naar een gegadigde die opnieuw uitzendingen vanaf de “Mebo II” wilde te verzorgen.

Die gegadigde kwam in de vorm van de Nederlandse muziekuitgeverij “Basart”, een grote en kapitaalkrachtige partij, die wel brood in een tweede Nederlandstalige zeezender zag, ook om hun eigen producties te promoten, maar geen behoefte had om zelf een schip uit te rusten, en daarom samen met de Zwitserse eigenaren van de “Mebo II” een exploitatiemaatschappij oprichten. Met behulp van enkele ex- Veronica kopstukken werd een concurrerend “format” neergezet. Hiermee kreeg “Radio Noordzee” zijn vorm die het tot de sluiting op 31 augustus 1974 zou behouden.

Bij Veronica voelde men zich opgelicht. Zij meende dat er sprake was van contractbreuk en spande een kort geding aan. De zaak kwam voor de rechter. Die had moeite met de zaak en kenschetste de situatie als “Net palingen in gelei” en vroeg zich ook af of hij bevoegd was een geschil te beslechten over een niet-Nederlands schip buiten de Nederlandse territoriale wateren.

De rechtbank was tenslotte van mening dat de overeenkomst was vervallen met het terugbetalen van de schuld. Die uitspraak werd later in hoger beroep bevestigd.

Intussen ging Noordzee met stijgend succes rustig door met zijn uitzendingen, overdag in het Nederlands, ’s avonds in het Engels als “Radio Northsea International”.

Wat toen volgde liep uit op een regelrechte ramp. De Veronica directie zocht naar mogelijkheden om iets te laten gebeuren waardoor de “Mebo II” een haven zou moeten aandoen zodat juridische stappen konden worden ondernomen. Norbert Jurgens, adviseur en vennoot bij Veronica, wist een oplossing: hij benaderde drie personen uit een bepaald Schevenings milieu die wel een manier wisten om het schip te dwingen zijn uitzendingen te staken en een haven binnen te lopen. Dat pakte volkomen verkeerd uit: als kikvorsman verkleed naderden ze in de avond van 15 mei 1971 ongemerkt in een rubberbootje het schip, gingen aan boord, legden brandende lappen bij een tank met 700 liter dieselolie in de machinekamer en bliezen deze met een staaf dynamiet op.

Dat had een explosie en een uitslaande brand tot gevolg, waarna de bemanning noodsignalen uitzond en grotendeels van boord werd gehaald. De brand werd gelukkig vrij snel geblust door toegesnelde schepen. De studio’s en de zenders bleven gespaard zodat het station een dag later weer in de lucht was. De schade werd op zee hersteld: een van de redenen was dat “Radio Noordzee” op dat moment steeg in luisterdichtheid en de publiciteit rond de aanslag werkte hieraan natuurlijk mee.

De drie aanslagplegers werden al snel gearresteerd. Hoewel dit aanvankelijk werd ontkend, leidde het spoor al snel naar Veronica. Uiteindelijk belandde Bull Verweij, een van de directeuren van Veronica, voor een jaar in de cel.

Verder gebeurde er rond “Radio Noordzee” relatief weinig meer, zeker in verhouding tot wat zich tot dusverre had afgepeeld: dat het schip na een zware storm twee keer op drift raakte en op eigen kracht weer op haar oorspronkelijke ligplaats terugkeerde is nauwelijks nog vermeldenswaardig.

Ook verspreidde een “groot landelijk dagblad” dat nogal pro-Veronica was - in 1971 geruchten over spionage vanaf de “Mebo II”. Het maakte hierbij handig gebruik van het wat ongrijpbare karakter van de beide Zwitsers, maar dat kreeg geen vervolg.

De Nederlandse regering neigde er steeds meer toe in navolging van de andere Europese landen het “Verdrag van Straatsburg” om te zetten in wetgeving tegen de zeezenders. Het “gedoe” rond de “Mi Amigo” in 1972, gevolgd door de komst van nieuwe zenders als “Radio Caroline”, Radio Atlantis” en “Mi Amigo” was hiertoe mede aanleiding. Uiteindelijk werd deze wet op 1 september 1974 van kracht. Op 31 augustus om 20.00 uur stopte “Radio Noordzee” voorgoed.

Na de sluiting op 31 augustus 1974 werd de “Mebo II” naar de werf in Slikkerveer gebracht. Daar kreeg het schip een onderhoudsbeurt. Er gingen geruchten over een nieuwe bestemming: de “Mebo II” zou de uitzendingen van Radio Mi Amigo gaan overnemen, er van uitgaande dat Sylvain Tack de moderne “Mebo II” met zijn krachtige zenders zou verkiezen boven de stokoude “Mi Amigo”.

Er kwam niets van terecht: de Nederlandse autoriteiten kregen er lucht van dat er iets illegaals op komst was, deden een inval en legden het schip aan de ketting. Pas in 1976 werd het vrij gegeven onder voorwaarde dat het schip uit Europa verdween. Dat gebeurde, het werd op enig moment in de haven van Tripoli (Libië) gesignaleerd en eindigde uiteindelijk in de Middellandse Zee als schietschijf voor de Libische luchtmacht....