Radio Veronica, 1973, de meest populaire Nederlandse zeezender

Radio Noordzee, 1973, zeer populair begin jaren zeventig

Radio Caroline, 1973, de meest roemruchte zeezender

Vandaag de dag kan iedereen die een radiostation wil beginnen dat ook werkelijk doen. Voor het uitzenden via de ether zijn radiofrequenties te huur of te koop, en voor wie het op een andere manier wil doen biedt internet wereldwijde mogelijkheden.

Het is daarom bijna niet te voor te stellen dat het ooit anders was. Hoe was de situatie eind jaren vijftig – het begin van het tijdperk van de zeezenders – in Europa op omroepgebied?

Alle radiostations in die tijd waren in handen van overheidsinstanties of semi-overheidsinstanties. (BBC, BRT, WDR, etc). Nederland vormde min of meer een uitzondering met zijn stelsel van omroepverenigingen die zendtijd kregen toegewezen op basis van ledenaantallen, maar het systeem als zodanig bezat een strikt monopolie op het gebruik van de ether, dat angstvallig bewaakt werd..

Commercie was taboe: de uitzendingen werden betaald uit de staatskas of opgebracht door een verplichte luisterbijdrage, wat inhield dat per toestel betaald moest worden (voor de televisie gold hetzelfde). “Zwart” luisteren was strafbaar.

De omroep concentreerde zich hoofdzakelijk op de AM banden: lange golf, midden golf en korte golf. FM diende ter ondersteuning van de lange- en middengolf en zond veelal dezelfde programma’s uit, in betere geluidskwaliteit.

Er waren meer zenders dan beschikbare golflengten, deze moesten daarom zo goed als mogelijk verdeeld worden om onderlinge storingen zo veel mogelijk te vermijden. In 1948 werd het “Plan van Kopenhagen” van kracht. Dit regelde de onderlinge frequentieafstand tussen de zenders ( 9KHz) en verdeelde de beschikbare golflengte zo eerlijk mogelijk over de Europese gegadigden. De “schaarste in de ether”, in latere jaren veelal een argument om onwelgevallige etheractiviteiten de nek om te draaien was een realiteit. Niettemin waren er midden jaren zestig heel veel nieuwe en legale zenders in geslaagd om toch nog ergens een plekje te vinden (en niet altijd met laag vermogen). De ether was dus vol.

De programma’s van de gevestigde omroepen sloten niet altijd aan bij wat de luisteraars verwachtten: ook was er eind jaren vijftig een jongere generatie ontstaan met een andere muzieksmaak die niet of mondjesmaat bediend werd.

De uitzondering was “Radio Luxemburg” Dit kleine land had al sinds midden jaren dertig een aantal krachtige zenders ingezet voor commerciële omroep, en zette dit na de Tweede Wereldoorlog met groot succes voort. Radio Luxemburg was een begrip, ook in Nederland, waar de zender toch vrij slecht was te ontvangen.

De tijd was rijp voor iets nieuws. Een uitdaging voor lieden die geld roken, ideële motieven hadden, uitgekeken waren op de omroepmonopolies,  of een combinatie hiervan. En als je op het land geen kans krijgt waarom dan niet op zee, zo’n vier mijl uit de kust, net buiten de territoriale wateren? Wat je nodig hebt is een schip, geregistreerd in een land dat niet moeilijk doet (b.v. Panama). Verder technische uitrusting, een regelmatige aanvoer van brandstof, levensmiddelen, programma’s en personeel. En niet te vergeten veel geld om een dergelijk project op te starten en daarna aan de gang te houden met voldoende inkomsten uit: reclameboodschappen. De zeezender geschiedenis laat zien dat niet alle projecten even succesvol zijn geweest…

Juridisch klopte het allemaal min of meer. Er was niet direct sprake van strafbare feiten, meer van “mazen in de wet”. Daarom is “zeezenders” een betere omschrijving dan “piratenzenders”. (hoewel de schrijvende pers het onderscheid zelden begrepen heeft en zelfs legale amateurzenders vaak onder de piraten schaart)

Het was het begin van een roerige periode in de omroepgeschiedenis die tot eind jaren 80 heeft geduurd, met succesvolle en minder succesvolle ondernemingen, maar alle mazen in de wet zijn inmiddels gedicht. (Engeland – 1967, Nederland – 1974) Het is ook niet meer nodig, de middengolf is bijna verlaten, en de legale alternatieven zijn ruim genoeg. Voor wie alle details wil weten is er op internet genoeg te vinden: hier zullen de diverse stations op hoofdlijnen worden behandeld. (ook hier geldt: wordt geleidelijk aangevuld)

Ik vond in “Max Magazine” nummer 19 van april 2019  nog een leuk artikel over wat je de laatste – overigens legale – zeezender zou kunnen noemen, zie “De Laatste Zeezender”