Waldorp

Waldorp 46A in modern interieur

Waldorp 46A

Waldorp heeft in de jaren dertig en veertig een aantal radiotoestellen geproduceerd die zich vooral onderscheiden door hun vaak eigenzinnige ontwerp. In veel gevallen werd het binnenwerk - het eigenlijke radiotoestel - onder licentie van Philips betrokken en ontwierp en maakte Waldorp alleen de kast.

In mijn collectie bevinden zich de Waldorp 168, de Waldorp 48Z “Melodiosa”, de Fridor 513 en sinds kort ook de Waldorp 46A - deze laatste op dit moment (2020) als restauratie object, welk toestel hierna wordt beschreven.

De basis voor de Waldorp 46A is de Philips 209U. In dit toestel voorzien van Philips licentienummer A 04599 en B04599. Normaal werd van de beide licentieplaatjes er een op de kast en een op het chassis geplaatst. De 46A is onderdeel van de "Diamant"-serie waarin ook toestellen zoals de 46B "Kristal" en de "Robijn" zijn geproduceerd. De 46A is geproduceerd in 1946 en 1947: er zijn wat onderlinge verschillen tussen de 1946 versie en die uit 1947. Het hier besproken toestel is uit 1946.

Het toestel is voorzien van Lange-, Midden en Korte Golf.

De buizenbezetting bestaat uit 2 maal UCH21, UBL21 en UY1. De eerste UCH21 doet dienst als oscillator/mengtrap, de tweede is de middenfrequent versterker (heptodedeel) en laagfrequent voorversterker (triodedeel). De UBL 21 is de l.f. eindtrap. Deze buis bevat tevens een tweetal diodes welke voor de signaaldetectie zorgen. De UY 1 is de gelijkrichter.

Het toestel wordt rechtstreeks uit het stroomnet gevoed: het chassis kan dus onder spanning staan! In de anodeleiding van de gelijkrichtbuis is een weerstand van 180 Ohm opgenomen. Deze beperkt in zekere mate de inschakelstroom bij het opladen van de voedingselco. De gloeidraden van de buizen staan in serie geschakeld met het schaalverlichtingslampje een aantal weerstanden.

Electrisch gezien is de 46A dus gelijk aan de 209U.. Wie de 46A naast de 209U ziet staan zou niet zeggen dat het in wezen om hetzelfde toestel gaat. Het grote verschil zit in de behuizing: een ruime staande kast met een vrij grote luidspreker en een fraai glazen ornament aan de voorkant, dat is verlicht als het toestel is ingeschakeld. In de kast is een plankje aangebracht waarop het chassis is gemonteerd. Omdat de kast breder is dan het chassis zijn de assen van de bedieningsorganen (afstemming, volume en bandschakelaar) verlengd. Een eenvoudige toonregeling - die ontbreekt bij de 209U - is m.b.v. een extra regelaar toegevoegd. verder op het plankje: een zwart gemaakte gloeilamp, in serie geschakeld met de ornamentverlichting om de lichtsterkte hiervan te dempen en een entree voor de antenne en aarde.

Ook de stationsnamenschaal is royaal uitgevoerd t.o.v. die op de 209U. De kast is van hout en triplex, plaatselijk met bruin fineer afgewerkt. De kwaliteit van het hout zelf is matig, veroorzaakt door de na-oorlogse schaarste aan hout. De luidsprekerplank is van zachtboard.

De verhouding tussen kast en binnenwerk geeft een wat merkwaardige indruk, en is vermoed ik de reden dat het toestel daarom ook wel eens werd omschreven als “Haagse Bluf”. Het blijft echter een feit dat op deze wijze kort na de oorlog een heel behoorlijk klinkend toestel kon worden geproduceerd. De oorspronkelijke prijs bedroeg rond de Fl 370.

Het toestel is afkomstig van een NVHR-Beurs. Het heeft kennelijk lange tijd stilgestaan, ook de plaatselijke roestvorming wijst daar op. De kwaliteit van de lak is vrij slecht. Het chassis lijkt compleet al ontbreekt er een lamp. Helaas ontbreken ook de achterwand en het netsnoer. De luidspreker lijkt niet origineel: een Lectrona (“British made”), die ik ook wel eens in draadomroepapparatuur ben tegengekomen. Het kleine knopje van de golfbereikschakelaar ontbreekt. Ook de snaren zijn gebroken, maar nog wel aanwezig inclusief de veertjes.

Essentiële onderdelen zoals glazen ornament, stationsnamenschaal en luidsprekerdoek zijn aanwezig en verkeren in redelijke tot goede staat. Kortom, alle potentie om een topstuk van de collectie te worden.

Het toestel is  compleet gedemonteerd: de kast in verschillende onderdelen om plaatselijk het fineer te herstellen en opnieuw gelakt (schellak) te worden en het chassis om weer spelend te worden gemaakt. Deze werkzaamheden zijn inmiddels afgerond.

Naarmate de restauratie vorderde werd hier verslag van worden gedaan. Daarom is de tekst regelmatig aangepast.

Reparaties

Reparaties Inwendig 2020

N.B. de nummering van de componenten is ontleend aan het schema van de Philips 209U. Het schema van de 46A heeft een afwijkende nummering voor dezelfde componenten.

  • De buizenbezetting: de UBL 21 ontbrak. Van de beide UCH 21’s was van één exemplaar de gloeidraad onderbroken en van de andere bleek de emissie sterk te zijn teruggelopen. De UY 1 bleek nog in perfecte conditie te zijn.
  • R39, onderdeel van de voorschakelweerstanden R37/R38/R39 was onderbroken. Deze combinatie vervangen door een andere.
  • De spanningscarroussel was naar binnen gedrukt en zou sluiting kunnen maken (of heeft dat al eens gedaan) . Deze opnieuw vastgezet.
  • De (open) netschakelaar op de volumeregelaar maakte geen contact, daarom de contactlippen schoongemaakt.
  • De voedingselco C1 en C2 was duidelijk defect: het omhulsel was doorgerot. Vervangen door een ander opnieuw geformeerd exemplaar.
  • De ratel C (C110 – 22.000 pf) getest met de “megger” (650V) meet 2 MOhm isolatieweerstand. Voorlopig laten zitten.
  • De Boucherot C (C85 – 4700 pf) getest, meet 20 MOhm. Laten zitten, maar in serie hiermee een nieuwe C van 0,1 uF opgenomen. Reden: doorslag van deze C vernielt de uitgangstrafo.
  • R75 (220 Ohm) was defect. Deze R vervangen door een nieuwe. Parallel aan deze weerstand hoort een weerstand van 270 Ohm te zitten. Samen geven ze de juiste spanningsval (ca 7 Volt) als negatieve voorspanning voor de UBL 21 en deels ook voor het AVR circuit. Deze weerstand was zo te zien nooit gemonteerd. Deze later bij het testen van het toestel alsnog aangebracht.
  • De originele C75 (100 uF) succesvol geformeerd tot vrijwel de originele waarde. Meestal zijn deze verdroogd of lek, deze niet.
  • Bij nauwkeurige visuele controle bleek van C50 een heel dun draadje te zijn gebroken. Gerepareerd. Dit zijn draadtrimmers. Deze zit in het oscillatorcircuit voor de lange golf.
  • Dit is de NTC weerstand als boven omschreven. Staat in het schema als 220 Ohm, maar dat is de waarde in warme toestand. Deze was defect. Omdat het toestel rijp was om te beproeven heb ik een gewone weerstand van 220 Ohm genomen, de buizen geplaatst en de spanning handmatig vanaf 50 Volt opgevoerd. Het toestel op deze wijze voorzichtig op spanning gebracht en geconstateerd dat het – nog niet perfect – werkte. Dit is een riskante procedure!
  • Het bleek dat de roestige veertjes waartussen de eigenlijke weerstand geklemd zit geen contact maakten. Aan één kant los gesoldeerd en gereinigd. Omdat het soldeer van het keramische lichaam had losgelaten, veer plus aansluitdraadje met secondelijm vastgezet.
  • In koude toestand kan de weerstand meerdere kOhms of hoger bedragen, de weerstand lijkt dan defect. Testen doe je door er spanning op te zetten, dan zie de stroom oplopen, een teken dat de weerstand afneemt. Hij wordt dan ook warm.
  • Terug gezet waarna het toestel normaal opstart. De felheid waarmee het schaalverlichtingslampje brandt is een indicator voor dit proces. Het lampje is tevens een soort zekering – al beschermt die niet het hoogspanningscircuit.
  • Op de normale antenne aansluiting was geen of nauwelijks ontvangst en op KG helemaal niet. Oorzaak: het (dunne) draadje van de antennekring (S 13) op het aansluitlipje was gebroken. Zit verstopt in de bijenwas en de beschadiging van de was gaf de aanwijzing waar het mis was.
  • R35 van 6,8 MOhm was niet aanwezig en ook niet eerder verwijderd. Alsnog aanbrengen hiervan had nauwelijks effect.
  • Verbetering t.o.v. het origineel: de afvlakelco’s C1 en C2 zijn voldoende voor de normale 209U. De grotere luidspreker en de grotere kast van de 46A geven een betere basweergave waardoor een vrij duidelijke brom hoorbaar is. Daarom twee elco’s bijgeplaatst, een van 30 en een van 10 uF.
  • Het is zo dat de ene UCH 21 uit mijn voorraad net iets beter presteert dan de andere – ook wat betreft restbrom – zodat ik voor dit toestel de beste heb genomen. De 46A is tenslotte wel een van de topstukken van de collectie.
  • Tenslotte het chassis weer op het plankje gemonteerd, de antenne aansluiting en de toonregelaar geplaatst en de verlengassen weer aangebracht.

 

Reparaties Uitwendig

 De kast is van hout en triplex, hier en daar met bruin fineer afgewerkt. Er is half doorzichtige kleurhoudende lak gebruikt, middelbruin. Lak type 1

  • De kast geheel uiteen genomen en kaal gemaakt volgens de “schraapmethode”. De meeste oppervlakken bestaan uit triplex en ook zijn de poriën niet geheel gevuld.
  • De lak onder het embleem en achter de knoppen gaven een aanwijzing voor de oorspronkelijke kleur.
  • Na alle lak verwijderd te hebben bleek dat de ondergrond van de diverse delen een iets verschillende kleur hebben.
  • Allereerst het verdwenen of beschadigde fineer hersteld. Aan de binnenkant van de voet zaten nog wat strookjes overgebleven en ongekleurd fineer. Hiervan is dankbaar gebruik gemaakt.
  • Voor een egale kleur van alle onderdelen van de kast zijn deze afzonderlijk met waterbeits behandeld. Hierbij werd een mengsel van kersen (“Clou 171”) en noten middel (“Clou 167”) gebruikt waarbij het aantal lagen en kleurverhouding zo gevarieerd werd dat een gelijkmatig effect werd verkregen.
  • Daarna met blanke schellak afgelakt, verhouding 230 gram/liter met 20 gram/liter “Sandarak” verharder.
  • Deze methode leek mij – voor dit toestel – beter dan gekleurde schellak – misschien wel in verschillende kleuren – aan te moeten maken (en die vervolgens bewaard moeten worden voor een volgend toestel, met het risico van bederf)
  • Daarna laten drogen en polijsten met korrel 600, 1000 en 2500 en/of eventueel “Commandant Cleaner 4”
  • Zie ook “Politoeren” Te vinden onder “Diverse Onderwerpen”- “Bibliotheek”-“Eigen Publicaties”
  • De houder van de stationsnamenschaal is bruin geverfd en was wat roestig. Na voorzichtig met staalwol polijsten bleek de verflaag te overheersen, de kleur was nog goed aanwezig. De laklaag opgehaald en geconserveerd met een dun laagje schellak.
  • De houder weer gemonteerd en de snaren opnieuw aangebracht. Gebruikt is hiervoor een soort katoenen binddraad waarschijnlijk om kabelbomen te maken, maar het voelt niet vettig aan.
  • De luidsprekerplank is van zachtboard. Deze was kromgetrokken waardoor deze niet meer goed aansloot op de kast. Bovenkant vochtig gemaakt en onder druk uitgevlakt. Ook de klankverstrooier sloot niet goed meer aan. Met extra blokjes en houtlijm – geen schroeven – weer gecorrigeerd. Zie foto.
  • De klankverstrooier had na enige tijd de neiging weer los te komen. Daarom een lat tussen de zijkanten van de kast zo bevestigd dat deze de klankverstrooier op zijn plek drukt.
  • Bij het in elkaar zetten van de onderdelen van de kast was de vorm iets veranderd doordat het onderstuk nu beter in elkaar past dan oorspronkelijk het geval was. Dat vergde enige aanpassing van de hoekstukjes aan de onderrand en het plankje waarop het chassis staat moest ook een paar millimeter worden ingekort
  • Tussen de bovenkant van de luidsprekerplank en de kast was een kier zichtbaar terwijl de plank toch op de bodem van de kast rustte. De plank iets hoger afgesteld door twee kleine houten blokjes tussen de plank en de bodem te plaatsen. Zowel  de eerder genoemde lat als de blokjes op de foto van de open achterkant zichtbaar.

 

Toestand na restauratie

  • Status februari 2021; Kast nog polijsten en in elkaar zetten, radio weer monteren, netsnoer maken, etc. Er mist nog een knopje van de golfbereikschakelaar. Wordt vervolgd.
  • Status maart 2021; Het ontbrekende  knopje is inmiddels verkregen (bedankt Aad) en het toestel is gemonteerd en spelend “opgeleverd”.  Vergeleken met de Philips 209 U is de weergave uiteraard beter. Eigenlijk is het omgekeerd: het geluid dat er uit de 209U komt valt nog best mee. Nog te maken: een replica achterwand.

 

De Waldorp 46A naast de Philips 209U

 

Philips 209U als Waldorp 46A. Na restauratie

 

Het bovendeel van de kast, opzij. In bewerking

 

Het Waldorp Logo met de olifant

Achterkant open

De stationsnamenschaal

 

Het zwart geverfde lampje in serie met de ornamentverlichting

 

Het chassis, ongerestaureerd

Het chassis in de kast

 

De kast in drie stukken, in bewerking.

De klankverstrooier

Het ongerestaureerde chassis met licentieplaatjes

Karakteristieken

Merk:WALDORP
Type:46A De 46A is onderdeel van de "Diamant"-serie (waarin ook toestellen zoals de 46B "Kristal" en de "Robijn" verschenen)
Serienummer:2405 Philips chassisnummer: 45764 Philips licentie: 04599
Bouwjaar:1946
Frequentiebereiken:LG/ MG/ KG
Middenfrequentie:452 kHz
Buizenbezetting:UCH21/ UCH21/ UBL21/ UY1
Schaalverlichting:8095 D-99 of 8097 D Ornamentverlichting: uitschakelbaar: 220 Volt 15 Watt in serie met 220 Volt 15? Watt. (zwart)
Bediening:Links opzij: netschakelaar en volume (voor), Toonregeling (achter). Schakelaar voor ornament verlichting.
Rechts opzij: Afstemming (voor) Golfbereikschakelaar (achter)
Voedingsspanning:110/ 220 V Gelijk- en wisselspanning 40 W
Let op: chassis staat onder netspanning!
Antenne:intern: stukje draad en extern
Externe Aansluitingen:Antenne en Aarde
Maten (H x B x D):81 x 54 x 27 cm
Gewicht:wordt na voltooiing ingevuld
Kast:hout, donkerbruin gelakt. Bijzonder glazen sierelement aan de voorzijde
Bijzonderheden:Electrisch identiek aan Philips 209U, maar met grotere luidspreker in ruime kast. John Hupse: “elegant radiomeubel op sokkel met gegraveerde verlichte sierplaat, kast is handwerk, radio-chassis is massaproductie”
Typenummers componenten:L.S.: Lectrona, perm. dynamisch, diameter: 20 cm. Uitgangstrafo: A 1081822
Zie verder documentatie
Collectienummer:
status:
159
in de collectie