Uilenspiegel op het strand - 1964

Uilenspiegel op het strand - 1966

Artikel uit de Gooi- en Eemlander eind 1963

Radio Antwerpen is een schepping van de Belgische radio ingenieur Georges de Caluwé uit Antwerpen. Al vóór de Tweede Wereldoorlog exploiteerde hij – met vergunning – een station met de naam Radio Antwerpen, vanwege de opstelling van de zender en antenne in een kerktoren ook wel ‘ “Radio Kerkske” genoemd. Toen in mei 1940 het Duitse leger in aantocht was, werd het station vernietigd om te beletten dat de Duitsers dit zouden gebruiken voor propagandadoeleinden.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de Caluwé zijn vergunning niet terug: hij onderneemt tal van vergeefse pogingen – richt zelfs een politieke partij op en zond in 1955 korte tijd illegaal uit – maar alles tevergeefs.

Geïnspireerd door het voorbeeld van onder meer Radio Veronica, besluit de dan 73 – jarige de Caluwé een zeezender te gaan exploiteren.

Daartoe werd het Franse schip “Crocodile” aangekocht en omgedoopt in “Uilenspiegel” naar de legendarische – patriottische – Vlaamse held Tijl Uilenspiegel. De “Crocodile” was een betonnen scheepje, mat 585 ton en is gebouwd tijdens de oorlog als bevoorradingsschip voor de Franse marine. Het schijnt bekend te zijn geweest dat het schip wat onvast op het water lag en moeilijk te manoeuvreren was, maar als vast en stevig verankerd radiostation werd het geschikt geacht.

De programma’s werden aan land in een studio in Edegem gemaakt en op tape gezet. Uitgezonden werd op 201 meter (1493 kHz? middengolf en – een primeur – ook op de 7600 kHz op de korte golf. Als antenne werden twee 25(?) meter hoge houten masten op het schip geplaatst voor de bevestiging van de zogenaamde “waslijnantenne”. Dit is, technisch gezien, een verticale straler voorzien van topcapaciteit om het tekort aan verticale lengte te compenseren. Dit type antenne is in de zeezender praktijk (o.m. bij Radio Veronica) zeer effectief en stormvast gebleken. Het uitgezonden vermogen is mij niet bekend (enkele kilowatts).

De uitzendingen startten midden oktober 1962 en het station werd zoals te verwachten viel bij de Vlaamse luisteraars erg populair. Georges de Caluwé steekt zijn enthousiasme over de wedergeboorte van zijn zender niet onder stoelen of banken en is zelf vaak op zijn zender te horen. De programmering bestaat behalve uit lichte muziek ook uit opera en klassieke muziek.

Maar het succes van de “vrije zender” is van korte duur: de Belgische regering, ongetwijfeld bevreesd voor precedentwerking en voor de belangen van de BRT, werkt aan een anti-zeezender wet. Die wordt op 13 december 1962 aangenomen, toevallig op dezelfde dag dat Georges de Caluwé na een operatie sterft.

Het einde voor Radio Antwerpen komt echter op een andere manier: drie dagen later, op 16 december slaat een zware storm het – motorloze – schip van zijn ankers en raakte het voor de kust van Zeebrugge op drift. Er brak paniek uit: doordat een luik het begaf stroomde er water binnen en werkten de generatoren niet meer, instrumenten vielen uit. Er werden vuurpijlen afgeschoten en uiteindelijk alarmeerde een Engelse ferry de kustwacht.

De bemanning werd door de Kustwacht Oostende en de reddingboot President Wierdsma van de K.N.Z.R.M. uit Breskens van boord gehaald. Eén bemanningslid kwam tussen beide schepen terecht en overleed. De redders werden later nog gehuldigd door de KNZHRM. Een sleepboot uit Zeebrugge kreeg de opdracht de Uilenspiegel naar Vlissingen te slepen, maar door het slechte weer bleek dat onmogelijk. Het schip strandde diezelfde avond op het strand van Cadzand (eigenlijk Retranchement), een paar honderd meter voorbij de monding van het Zwin.

Er kwamen uiteraard duizenden mensen naar het gestrande schip kijken en jutters en souvenirjagers begonnen de inboedel – voor zover nog aanwezig, de zender werd direct al van boord gehaald – te stelen. De Rijkspolitie hield daarom met een aantal agenten enkele weken de wacht bij de gestrande zeezender, vermoedelijk zonder veel succes.

Eigenaar de Caluwé was overleden, zijn beheermaatschappij “Ship Broadcasting Company” in Lichtenstein en de Verzekerings-maatschappij “Lloyds” lieten niets van zich horen, vermoedelijk wegens de hoge te verwachten bergingskosten.

Rijkswaterstaat zag voor de scheepvaart geen gevaar in het wrak, en omdat het schip een niet onaardige toeristische attractie bleek, maakte de gemeente Cadzand geen haast met het (kostbare) ruimen van het casco, niettegenstaande het feit dat het beklimmen van het wrak een niet geheel ongevaarlijke gebeurtenis was.

Toen wij in 1963 voor het eerst in Cadzand op vakantie gingen lag het wrak er nog maar kort. Een jaar later begon het al aardig in de bodem te verdwijnen. Ik heb nog een foto, genomen in 1964.  Een foto uit 1966 geeft de plek van de stranding aan.

Het wrak – dat steeds verder in de bodem zakte – werd in 1971 opgeblazen omdat het een gevaar vormde voor de badgasten. Later werd het restant met asfalt afgedekt en werd er een rij houten palen omheen gezet en sindsdien dient het als golfbreker. Als je vóór strandpaviljoen “De Zeemeeuw” staat kun je het iets naar rechts nog aan de vorm herkennen…..

Vlaanderen zou tot 1973 moeten wachten op een nieuwe zeezender….