Er zijn door radioamateurs door de jaren heen talloze ontwerpen gebruikt om signalen te ontvangen. Was dat ooit bijna uitsluitend AM of CW (morse), in de jaren zestig maakt ook SSB (enkelzijband) zijn entree. Professionele apparatuur was doorgaans onbereikbaar voor amateurs en ieder probeerde op zijn eigen wijze de best haalbare ontvanger te ontwerpen en te bouwen. Wie dat niet wilde of kon moest terugvallen op apparatuur uit het (militaire) dumpcircuit.

Ook werd onderscheid gemaakt tussen “Communicatieontvangers”, “DX-Ontvangers” en overig, soms ook wel “Omroepdozen” genoemd, omdat radioamateurs geheel andere eisen stellen dan de gemiddelde omroepluisteraars. Dat de benaming “Omroepdozen” soms ook een wat denigrerende bijklank had mag duidelijk zijn.

De “problemen” op de Kortegolf waren in de jaren zestig iets anders dan nu. De omroepbanden zaten propvol met zeer sterke zenders met pal daarnaast de amateurbanden, wat nogal eens aanleiding gaf tot “intermodulatiebrij”. (de 40 meterband was berucht) Nu zijn ze relatief gezien verlaten.

Verder waren er in die tijd qua ruisniveau - uitzonderingen daargelaten - nog echt lege banden met zwakke signalen. Ook dat is nu in het algemeen helaas anders.

Toch was er begin jaren zestig wel een soort standaard - met een modern woord profielschets - waaraan een goede amateur ontvanger moest voldoen:

  1. Grote selectiviteit (liefst regelbaar)
  2. Optimale onderdrukking van spiegelfrequenties.
  3. Uit 1 en 2 volgt dat de ontvanger een “dubbelsuper” moet zijn. De eerste m.f. moet hoog zijn voor de spiegelonderdrukking, de tweede m.f. moet laag zijn voor een goede selectiviteit
  4. Grote afstemnauwkeurigheid, dus een nauwkeurige en grote afstemschaal (analoge afstemming!)
  5. Goede frequentie stabiliteit: hoe selectiever de ontvanger, hoe sneller deze de neiging heeft uit de afstemming te lopen, of dat SSB signalen onverstaanbaar worden.
  6. Twee m.f. trappen voor voldoende selectiviteit
  7. Een h.f. trap om zwakke signalen te versterken en de aan de mengtrap aangeboden signalen voor te filteren.
  8. Regelbare selectiviteit in dit ontwerp door dempingsreductie in een van de m.f. trappen
  9. Geschikt zijn voor de ontvangst van CW en SSB. Dus voorzien zijn van een BFO
  10. Uitschakelbare storingsbegrenzing
  11. Regelbare automatische versterkingsregeling
  12. Een ruim bemeten audio eindtrap met begrensd frequentiebereik.

Tenslotte moest het ontwerp wel na te bouwen zijn met gangbare onderdelen zonder de toepassing van exotische of niet verkrijgbare componenten.

Dit wensenpakket werd door Philips vertaald in een bouwontwerp dat aan (vrijwel) alle gestelde eisen voldeed: het Philips bouwontwerp “2010”.

Dit bouwontwerp werd op verschillende manieren op de markt gebracht:

  • Via het maandblad “Radio Bulletin”, in het novembernummer van 1962 met als titel: “Communicatie Ontvanger voor de Amateurbanden”.
  • Via het boek “Hoe word ik zendamateur”, editie 1963 met als titel: “Communicatie Ontvanger voor Gevorderden”
  • Via de uitgave “Schakelingen voor Amateurs” uitgever Philips, november 1962 met als titel: “Uitgebreide Kortegolf-Superontvanger voor de Amateurbanden”

Het werd in alle uitgaven uitgebreid beschreven, compleet met onderdelenlijsten, maatschetsen en afregelinstructies. Philips bracht - na vele reacties van amateurs die het ontwerp precies zo wilden nabouwen - zelfs een bouwpakket op de markt: voor de prijs van Fl 72,00 kreeg je: de spoelen S 1 t/m S21 en S23, ( dat van die spoelen lijkt niet helemaal te kloppen) alle polystyreencondensatoren, de afstemcondensator AC1010 spec., schakelaar SK 1, afschermschotjes met isolatieplaatjes en de buizen ECH 81 en EF 183. Dat waren kennelijk de minst eenvoudig te verkrijgen onderdelen.

Uiteraard is een ontwerp als dit nooit af. In “Electron” van april 1966 komt er een aanvulling met diverse wijzigingen en verbeteringen waarbij ook de chassistekening nog eens werd herhaald.

Voor de luidspreker werden geen suggesties gedaan, maar een kwalitatief goede luidspreker in een vrij ruim maar gedempt kastje is aan te bevelen.

Ik heb geen idee hoeveel er eigenlijk van gebouwd zijn en hoeveel er nog in originele staat over zijn. Wel kan verwacht worden dat - amateurs eigen - er een aantal gebouwd zijn die verbeterd of gewijzigd zijn.

Een ontwerp met twee mengbuizen ECH 81 en een EF 183 als h.f. versterker voldoet nu niet meer aan de “hedendaagse stand der techniek”, maar dat neemt niet weg dat er heel goede resultaten mee zijn te behalen. Een citaat uit het boekje “Hoe word ik zendamateur?” luidt als volgt: “een ervaren amateur haalt meer uit een 0V1 dan een leek uit een communicatieontvanger” (een “nul-V-een” is een eenkringer met tegenkoppeling, zoals b.v. de “Eenpitter)

Mijn PHILIPS 2010 heb ik jaren geleden (in 2002) op een radiomarkt van een andere amateur overgenomen, die hem wel niet zelf had gebouwd, maar er een goed tehuis voor zocht.

Ik moet hem weer in zijn oude glorie herstellen, want hij werkt wel maar het afstemmechanisme is defect en de schaal is nog erg provisorisch.

Ik ben begonnen alle documentatie die ik heb te ordenen en digitaal toegankelijk te maken, zodat andere “2010 bezitters” eventueel alvast met hun exemplaar aan de slag kunnen.

Overzicht beschikbare documentatie”

  • “Communicatie Ontvanger voor de Amateurbanden”. RB 1962, klik hier 
  • “Communicatie Ontvanger voor Gevorderden”, uit “Hoe word ik zendamateur”, editie 1963 klik  hier 
  • “Uitgebreide Kortegolf-Superontvanger voor de Amateurbanden” uit “Schakelingen voor Amateurs” uitgever Philips, november 1962, (met aantekeningen) klik hier
  • “De Philips Amateur ontvanger 2010, Electron april 1966, klik  hier 
  • Mooie lay-out van de Philips Ontvanger 2010, was aparte bijlage van RB november 1962, klik hier
  • Voor eventuele nabouwers: maatschets voorkant, klik  hier
  • Wijziging Philips 2010, datum onbekend, klik hier 

Alles is ook te vinden in de bibliotheek, onder “Schema’s en Bouwbeschrijvingen”

Reparaties

Nog geen reparaties uitgevoerd. Het afstemmechanisme en de snaaraandrijving van de aanwijsnaald moeten worden gerepareerd, en er moet een andere mooiere schaal  worden aangebracht.

Verder nog na te zien: het electrische gedeelte. Mooie gelegenheid om betere foto’s te maken.

Planning: nog niet op de lijst.

De bovenkant

Chassis van boven. Links het h.f. deel

Maatschetsen van het front

Karakteristieken

[table “” not found /]

  Nog geen tabel beschikbaar, vandaar deze melding